Onderzoek bevestigt: Bewegend Leren Loont!

In diverse interviews vertellen politici dat zij graag samen willen werken met het veld; wij gaan dan ook graag met hen in gesprek over de toegevoegde waarde van bewegend leren voor het basisonderwijs, voorscholen, peuterspeelzalen en kinderdagopvang. Omdat deze portefeuilles bij verschillende ministeries zijn ondergebracht, hebben de volgende drie ministers onze brief ontvangen en zijn ze uitgenodigd tot een verkennend gesprek:

Drs A. Slob (OC&W) H.M. de Jonge (VWS) Drs. W. Koolmees (SZW)

De strekking van de brief
1. Onderzoeken die het nut van bewegend leren bevestigen.
2. Waarom bewegend leren de toekomst heeft.
3. Hoe het kinderen, leerkrachten, ouders en vakdocenten verrijkt.
4. Financiering met middelen die al beschikbaar zijn gesteld door het rijk.

De komende tijd lichten we steeds een stukje uit de brief uit in een blog, zodat je mee kunt lezen en de informatie ook in jouw eigen kring kunt delen. Deel 1: Onderzoek bevestigt: Bewegend Leren Loont. 

Op deze afbeelding zien we dat kinderen in Nederland tussen 0-12 jaar onvoldoende bewegen. Hierin ligt een gedeelde verantwoordelijkheid bij het ministerie van OC&W, SZW en VWS, bij (voor)scholen, peuterspeelzalen, in de kinderopvang en bij ouders en opvoeders. Kinderen geven wel aan dat ze willen en moeten bewegen, als wij hen hierin kunnen volgen heeft dat veel voordelen. Waarom we het zo aan zouden moeten pakken, blijkt uit onderstaande onderzoeken.

Laat je brein niet zitten.

"De meeste mensen weten niet dat je met lichaamsbeweging óók werkt aan je geheugen, aan je cognitieve functies."  schrijft Professor Dr. Erik Scherder in zijn boek: Laat je brein niet zitten. Lichaamsbeweging en cognitieve inspanning doen een beroep op dezelfde circuits in het brein; het betreft dezelfde neurale systemen. Verbindingen tussen hersengebieden waarvan we dachten dat ze alleen bedoeld zijn voor geheugenprocessen, blijken ook belangrijk te zijn voor motorische processen. Bewegen is niet alleen van belang voor de slanke lijn, maar zeker ook voor de conditie van het brein! En omdat dansen als activiteit beweging met muziek combineert - en met emotionele expressie en sociale interactie - oppert Scherder dat dans weleens de ultieme verrijkte leeromgeving kan zijn.

Als we diep in de hersenen kijken, komen we bij de kleine hersenen. De kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor het aanleren en automatiseren van nieuwe (dans)bewegingen. Uit onderzoek (1) blijkt dat een onderdeel van de kleine hersenen - de 'anterior vermis' - actiever is wanneer er gedanst wordt op muziek, dan wanneer er bewogen wordt zonder muziek. Ondanks het kleine volume (de grootte van een perzik) bevat het cerebellum meer dan de helft van alle neuronen in de hersenen - wat aangeeft hoe belangrijk dit hersendeel is bij het leren bewegen.

Dat beweging ook invloed heeft op de leerprestaties is al uit veel onderzoeken gebleken. Citaat uit "Peuteren en Kleuteren" Van de Grift: "Kilometers lange onderzoeken tonen aan dat wanneer kinderen zich motorisch onvoldoende ontwikkeld hebben, dit ook van invloed is op de leerprestaties. Daarom is bewegen voor jonge kinderen een daadwerkelijke levensbehoefte."

Hoe komt het dat er nog steeds te weinig bewogen wordt?

Vroeg begonnen is vroeg gewonnen.

Als kinderen tussen 0 en 7 jaar onvoldoende bewegen, dan heeft dit een negatieve invloed op de brede ontwikkeling. Dit zien we nu terug bij 23,5% van de kinderen tussen 6 en 11 jaar die bewegingsachterstanden hebben en te dik zijn. Voor het zevende levensjaar zitten namelijk de meeste gevoelige en kritieke periodes om bepaalde functies te ontwikkelen, bijvoorbeeld

  • motoriek (0-6 jaar)
  • gevoelens
  • hechting
  • omgaan met leeftijdsgenoten
  • waarnemen
  • klankontwikkeling
  • rekenen
  • taal (0-6 jaar)

Deze ontwikkelingsgebieden vormen een significante voedingsbodem voor de persoonsontwikkeling en de ontwikkeling van de zaakvakken en de 21e-eeuwse vaardigheden. In de jonge kind periode (0-6) worden deze functies grotendeels ontwikkeld door het kind te laten spelen, ontdekken en bewegen. Ontwikkelt een kind deze vaardigheden voor het zevende levensjaar niet, dan ontstaan er op latere leeftijd leer- en gedragsproblemen. (2 3 4 5)

Gelukkige en sociale kinderen

Tevens komen tijdens het bewegen 'gelukshormonen' vrij; de zogenaamde neurotransmitters Dopamine, Oxytocine, Endorfine en Serotonine. Uiteindelijk willen we allemaal gelukkige en gezonde kinderen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen succesvolle toekomst. Dit bereiken we niet door kinderen zittend onderwijs te laten volgen, maar dit kunnen we wel bereiken door onderwijs aan te bieden vanuit de essentie van kinderen: beweeglijkheid, nieuwsgierigheid en de intrinsieke motivatie om de wereld te ontdekken. (6)

Dansen maakt je niet alleen vrolijker, maar ook socialer. Bij dansen met een ander kind of met de klas, raken kinderen elkaar ook aan waardoor het hormoon oxytocine vrijkomt. Dit hormoon zorgt voor een verlaging van de bloeddruk, het hartritme en de hoeveelheid cortisol (stresshormoon). Dansen zorgt daarmee voor een vermindering van stress en een toename van sociaal gedrag. In het artikel "Why dancing feels so good" legt danspsycholoog Dr Peter Lovatt uit waarom dansen zo goed voor je is:

"You appear to get a much bigger release of endorphins when you dance than during other forms of exercise; it also connects with the emotional centres in the brain. For many people, dancing prompts an emotional release – often that's uncomplicated happiness, while for some it can make them cry. It's cathartic – a letting go of pent-up emotions.'' - dans psycholoog Dr Peter Lovatt

Bewegen of leren of bewegend leren?

De integratie van beweging met het cognitieve leerproces is op zich niet nieuw. In de methode Total Physical Response wordt al ruim 40 jaar over de hele wereld gewerkt met het koppelen van een begrip aan een beweging. Doordat niet alleen de hersenen betrokken zijn bij het leren, maar ook het lijf, worden begrippen beter onthouden.

Het boek "Leren in beweging" komt met een aantal onderzoeken die de integratie van beweging en leren aanmoedigen: bewegingsintegratie zorgt ervoor dat cognitieve doelen beter behaald worden. Uit onderzoek blijkt dat kinderen beter scoren op bepaalde cognitieve testen wanneer de lesinhoud bewegend wordt aangeboden. (10 11) Bovendien blijkt dat kinderen meer aandacht hebben en meer betrokken zijn bij de taak wanneer er bewegingsintegratie wordt toegepast. (14)

Doordat kinderen op school beweging en leren combineren (bewegend leren) zijn kinderen fysiek actiever. (15 16) Dit wordt geassocieerd met een betere motorische ontwikkeling en verminderde cardiovasculaire risicofactoren. (15) Er zijn indicaties dat bewegend leren een rol kan spelen in de preventie van overgewicht en zwaarlijvigheid en in de ontwikkeling van cognitie. (10 11 12). Ondanks de voordelen wordt er toch nog onvoldoende bewogen. (13)

Kunst biedt een unieke ervaring.

De voorgaande onderzoeken laten vooral zien dat bewegen als beweging gezond is en ook de cognitieve processen op gang helpt. Een fysiek actieve kunstvorm zoals dans, brengt daarnaast nog andere processen van binnenuit op gang. Volgens een van de meest invloedrijke denkers over kunstonderwijs, de recent overleden Elliot Eisner, ontwikkelt kunstonderwijs de denkvermogens van leerlingen. Als president van de National Art Education Association in de VS maakte Eisner een pamflet met de tien lessen die kinderen leren van kunst:

1. Tot een goed oordeel komen over betekenisvolle relaties.
2. Problemen kunnen meer dan één oplossing hebben en vragen meer dan één antwoord.
3. Er zijn veel manieren zijn om de wereld te zien en er betekenis aan te geven.
4. Doelen veranderen onder invloed van omstandigheden en kansen.
5. Leren van kunst vereist het vermogen en de bereidheid om je over te geven aan de onverwachte mogelijkheden van een werk terwijl je het maakt.
6. Woorden en cijfers zijn niet genoeg om uit te drukken wat we weten.
7. Kleine verschillen kunnen grote effecten hebben.
8. Leren denken in materiaal om ideeën werkelijk te maken.
9. Zeggen wat niet gezegd kan worden.
10. Kunst biedt een ervaring die leerlingen op geen enkele andere manier meemaken. Door die ervaring ontdekken ze de reikwijdte en variëteit van wat ze kunnen voelen.

Bewegend leren heeft de toekomst!

Uit deze onderzoeken kunnen we het volgende concluderen:

1. Kinderen bewegen veel te weinig; al vanaf de geboorte.
2. Het brein profiteert van beweging: motoriek en geheugen betreffen zelfs dezelfde neurale systemen.
3. Dans combineert beweging met muziek en zou hypothetisch de ideale leeromgeving kunnen zijn.
4. De kleine hersenen zijn verantwoordelijk voor het leren van nieuwe bewegingen. Dit hersendeel is actiever bij beweging op muziek (dans) dan bij beweging zonder muziek.
5. Wanneer kinderen zich motorisch onvoldoende ontwikkeld hebben, dit ook van invloed is op de leerprestaties. Daarom is bewegen voor jonge kinderen een daadwerkelijke levensbehoefte.
6. In de jonge kind periode (0-6) worden veel belangrijke functies grotendeels ontwikkeld door het kind te laten spelen, ontdekken en bewegen. Ontwikkelt een kind deze vaardigheden voor het zevende levensjaar niet, dan ontstaan er op latere leeftijd leer- en gedragsproblemen.
7. Bij beweging komen 'gelukshomonen' vrij waardoor kinderen zich prettig voelen.
8. Dansen zorgt voor een vermindering van stress en een toename van sociaal gedrag.
9. Door een begrip aan een beweging te koppelen werken niet alleen de hersenen maar ook het fysieke geheugen mee aan de verwerving van nieuwe begrippen.
10. Kinderen zijn beter geconcentreerd en scoren beter op bepaalde cognitieve testen wanneer de lesinhoud bewegend wordt aangeboden.
11. Doordat kinderen op school beweging en leren combineren (bewegend leren) zijn kinderen fysiek actiever. Dit wordt geassocieerd met een betere motorische ontwikkeling en verminderde cardiovasculaire risicofactoren. Er zijn indicaties dat bewegend leren een rol kan spelen in de preventie van overgewicht en zwaarlijvigheid en in de ontwikkeling van cognitie.
12. Kunstlessen bieden kinderen een ervaring die ze op geen enkele andere manier meemaken. Bewegende kunstlessen (zoals dans) waarin een begrip aan een beweging wordt gekoppeld en waarbij muziek geïntegreerd wordt, lijken in de praktijk succesvol te zijn.
13. Het bewegen moet dan wel aan een aantal eisen voldoen. Wil het werken, dan moeten kinderen wel minimaal twintig minuten hebben bewogen. En verder gebeurt er ook niet veel als ze af en toe even een spurtje maken, maar het grootste deel van de dag op hun billen zitten. Niet bewegen om het bewegen, maar bewegen in een uitdagende omgeving.

Hierom is het urgent om spoedig over te gaan op het inzetten van vakdocenten en trainers op alle locaties waar kinderen tussen 0-12 jaar aanwezig zijn. Zij creëren bewustzijn en inhoud in het werken met kinderen en het opvoeden van kinderen vanuit beweging. Samen met kinderen, professionals en ouders naar een nieuw bewustzijn omtrent het belang van bewegen, spelen en leren.

Lees ook de aanleiding van deze brief  

Lees ook deel 2 van de brief: Hoe Bewegend Leren verrijkt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen

1 www.scientificamerican.com/article/the-neuroscience-of-dance/
2 Goorhuis-Brouwer 2007: Taalontwikkeling en taalstimulering van baby’s, peuters en kleuters
3 Van de Grift 2010: Kinderkoppie. Hoe een rijke leeromgeving bijdraagt aan de ontwikkeling van het kinderbrein
4 Van de Grift 2014: Peuteren en Kleuteren. De breintheorie over het leren van het jonge kind
5 Van de Grift 2015: De Lastige Kleuter. Of: Hoe breinleren ons helpt om kleuters te begrijpen
6 Ratey en Hagerman 2009: Fit! Bewegen voor een beter brein.
7 http://www.telegraph.co.uk/good-news/seven-seas/why-dancing-feels-good/
8 Asher 1977:  Learning another language through actions, The complete teacher’ s guidebook.
9 Timmons, LeBlanc, Carson, Connor, Gorber, Dillman, Tramblay 2012. Systematic revieuw of Physical activity and health in the early years (aged 0-4 years). Applied Physiology, Nutricion & Metabolism.
10 Donnelly, Greene, Gibson, Smith, Washburn, Sullivan, Williams 2009. Physical activity across the curriculum (PAAC) A randomized controlled trial to promote physical activity and diminish overweight and obesity in elementary school children. Preventive medicine.
11 Hollar, Lombardo, Lopez-Mitnik, Hollar, Almon, Agatston, Messiah 2010. Effective, multi-level multi-sector, school-based obesity prevention programming improves weight, blood pressure and academic performance, especially among low-income, minority children. Journal of health care for the poor and underserved.
12 Liu, Hu, Ma, Cui, Pan, Chang, Chen 2008. Evaluation of classroom based physical activity promoting programme. Obesity Revieuws.
13 Cardon, De Bourdeaudhuij 2008. Are preschool children active enough? Objectively measured physical activity levels . Research Quarterly for exercise and sport.
14 Mahar, Murphy, Rowe, Golden, Shields, Raedeke 2006. Effects of a classroom based program on physical activity and on-task behaviour. Medicine ans Science in Sports and Exercise.
15 Bartholomew, Jowers 2011. Physically active academic lessons in elementary children. Preventive Medicine.
16 Erwin, Abel, Beighle, Beets 2011. Promoting children’s health through physically active math classes. A pilot study. Health Promotion Practice.