Lekker gespeeld? Nu snel weer naar binnen hoor!

Kijk eens naar de kinderen met wie jij werkt. In een onbewaakt ogenblik waarin ze zelfstandig bezig zijn. Wat zie je dan? 

Ze zijn onbevangen, energiek, ze bewegen en spelen, ze praten het liefst de hele dag met elkaar en ze hebben veel plezier. Zo zijn ze gewoon. En zo leren ze ook. Dat kinderen voldoende kansen moeten krijgen om zich (onder andere) cognitief te ontwikkelen is een feit. Maar waarom moeten ze daar stil voor zitten en stil voor zijn? 

  • Goed nieuws: Aan de cognitieve ontwikkeling kan ook bewegend en spelend gewerkt worden.  
  • Beter nieuws: Steeds meer mensen weten dit en steeds meer voorscholen, kleuterscholen en basisscholen gaan bewegend leren. 
  • Het beste nieuws: Onderzoeken tonen het aan, in de praktijk blijkt het goed te werken en de politiek is er ook mee aan de slag. 

In deze blog introduceer ik het zee spel: een beredeneerd praktijkvoorbeeld van bewegend leren voor de laatste weken van het seizoen. Zowel voor peuters, kleuters, middenbouw en bovenbouw. Daaronder staan verwerkingstips, de doelen waaraan we werken, hoe beweging alle ontwikkelingsgebieden tegelijk raakt en tot slot wat relevante onderzoeken. En ouderbetrokkenheid natuurlijk! 

Het Zee Spel

Bewegend Leren is ook Buiten Leren. Gisteren hebben onze cursisten 'Het Zee Spel' bedacht en ik deel het graag met je. Leuk voor de laatste weken van het seizoen: een schoolbreed project voor peuters, kleuters, middenbouw en bovenbouw. 

Benodigdheden peuters: 

1 Zee (douchegordijn) 
1 Strandbal

Benodigdheden kleuters en oudere kinderen: 
5 Zeeën (douchegordijn) 
5 Strandballen

 

We werken in de zomer over vakantie, over de zee met het gegeven eb en vloed: het is pas betekenisvol leren als kinderen het echt zelf ervaren hebben. Net als sneeuw, leer je eb en vloed ook niet van een filmpje. Bevraag de kinderen op hun niveau naar de kennis van eb en vloed en geef ze als suggestie een douchegordijn in handen. Hoe zou dit werken als we zelf eb en vloed zouden gaan maken? 

>Peutergroepen doen dit met 1 zee en 1 bal en de PM'ers erbij. 

>Kleutergroepen beginnen zoals de peutergroepen en kunnen daarna in vijf groepjes uiteen.

>Oudere kinderen kunnen meteen in groepjes aan de slag. 

Laat kinderen eerst zelf experimenteren met eb en vloed. Wat is het verschil? Stuur alleen bij als het echt nodig is. Als het vloed is dan speelt de zee met de bal en die wordt ook weer opgevangen. Bij eb is er weer wat rust in het groepje. Als de kinderen dit onder de knie hebben, komt er een leuke uitdaging bij: de bal gaat van zee 1 naar 2, 3, 4, en 5. 

Verwerkingstips

Waarschijnlijk kunnen de peuters en kleuters zelf ook hele leuke dingen verzinnen met de zee en de bal. Leuk om daar uiteindelijk een vaste volgorde in te maken zodat het als het ware een dans wordt.

De oudere kinderen zullen met de groepjes onderling hele leuke choreografieën verzinnen met dit simpele gegeven, het wordt dan een heel ruimtelijk spel waarin het wiskundig inzicht nog meer uitgedaagd wordt. Ook dit kun je met de kinderen weer vastleggen zodat het bewegen steeds complexer wordt. Een dansdocent kan met kinderen nog dieper ingaan op het creëren van bewegingen en het vastleggen van hun ideeën in de choreografie. 

Als de kinderen klaar zijn met het uitproberen, zet er dan eens muziek onder. Bay Baya van Safri Duo heeft een intro met zeegeluiden, prachtig voor de dynamiek van eb. Daarna hoor je vanzelf andere dynamieken waarin ook eb en vloed elkaar afwisselen. Een prachtige ondersteuning voor het maken van de choreografie. Klik hier voor de muziek. 

Kunnen de kinderen zelf ook kostuums erbij bedenken? En misschien wat rekwisieten op het plein? Bijpassende hapjes en drankjes?

Leuk om de uiteindelijke vorm vast te leggen op film en met de ouders te delen. Leuker is om er een voorstellingsmoment van te maken en de ouders live uit te nodigen. Ik wil je wel waarschuwen: meestal komen er dan VEEL ouders ;) 

Heel leuk; maar hoe is dit nu effectieve leertijd???

Hier zou ik op zich nog wel een blog over kunnen schrijven, maar in het kort komt het hier op neer: 

  • De fysieke en motorische ontwikkeling. Gooien, vangen, oog-hand coördinatie, spieren versterken in de armen en de romp, coordinatie van de voeten en de richting van de bal. 
  • De cognitieve ontwikkeling. Het gegeven 'eb en vloed' samen bewerkstelligen, bedenken hoe het moet, een plan maken, doelen stellen, doelen bijstellen, nieuwe oplossingen bedenken en het inschatten van ruimte, tijd, kracht en lichamelijke activiteit die nodig is om het doel te bereiken. Er zit heel veel rekenen, wiskunde en taal in deze setting, bekijk het maar eens van een afstand en leg de doelen voor deze vakken er eens naast. Wat ontdek je hierin? 
  • De psychosociale ontwikkeling. Samenwerken, jouw eigen idee inbrengen, elkaars ideeën verwerken, luisteren en kijken naar anderen, op je beurt wachten, feedback geven en ontvangen. 
  • De morele ontwikkeling. Leren aanvoelen of wat er gebeurd klopt met jouw eigen innerlijke waarheid en met de sociaal wenselijke regels op school. 

Het mooiste is als de kinderen hier geen cijfer voor krijgen, maar dat ze met hun groepje kunnen aangeven hoe ze hun proces zijn aangevlogen, of ze er tevreden mee zijn en wat ze de volgende keer anders zouden doen. Hier kun je vragen bij stellen: Hoe was het om deze beweegopdracht te doen? Wat heb je hiervan geleerd? Hoe verliep de samenwerking? Wat voelt wel en niet goed voor jou? 

Alle ontwikkelingsgebieden in beweging.

Bewegen doet nog veel meer goeds voor kinderen, de lijst met voordelen is eindeloos. Maar laten we vandaag kijken naar bewegen om beter, leuker en makkelijker te kunnen leren. In de cursus Bewegend Leren voor het Jonge Kind hebben we genoten van verschillende vormen van bewegingsintegratie: leren en dansen, leren en muziek, leren en zingen, leren en rappen, leren en buitenspelen, leren en yoga, leren en ontspannen en leren ... Eigenlijk worden met bewegen alle ontwikkelingsgebieden al op een natuurlijke manier aangesproken: 

  1. De fysieke en motorische ontwikkeling. Dit is de lichamelijke groei en de ontwikkeling van de motoriek.
  2. De cognitieve ontwikkeling. Dit is de ontwikkeling van het denken, de creativiteit, de waarneming en de fantasie.
  3. De psychosociale ontwikkeling. Dit is de ontwikkeling in relatie tot de sociale omgeving.
  4. De morele ontwikkeling. Dit is de ontwikkeling van het onderscheid tussen goed en kwaad.

Beweging is veel meer dan alleen bewegingsvaardigheden ontwikkelen bij gym; bewegen is sporten, spelen, dansen, yoga, muziek, zingen, drama, beeldende vormgeving, bouwen, in de zandbak spelen, spelen met ballen, klimmen, klauteren, slepen, zwaaien, huppelen, springen, klapspelletjes...  (vul zelf maar aan) 

Meer beweging in het Primair Onderwijs.

In zijn initiatiefwet: 'Meer beweging in het PO' zet Van Nispen het uiteen: "Een groot aantal wetenschappers en praktijkdeskundigen hebben gekeken naar de effecten van beweging op de leerprestaties van kinderen. Daarbij is gekeken naar zowel de lange- als de kortdurende effecten van bewegen op de leerprestaties van kinderen. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) verwijst naar onderzoek hiernaar door Vervoorn et al. (2011), waarvan zij de conclusies als volgt samenvat:

1. Matig intensief bewegen verbetert de leerprestatie van kinderen;

2. Kinderen die regelmatig bewegen winnen aan zelfvertrouwen en zijn fitter;

3. Sporten en spelen zijn goed voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden;

4. Schoolresultaten verbeteren bij goede afwisseling van beweeg- en leertijd.

Ook uit andere onderzoeken blijkt een positief verband tussen bewegen en leerprestaties. Het NISB haalt bijvoorbeeld een literatuurrapportage aan van de Hartstichting (Bont, 2012), waaruit onder meer blijkt dat beweegprogramma's het concentratieniveau van leerlingen verbeteren. Meer tijd voor matige tot intensieve activiteit voor kinderen (1 uur per dag), ten koste van reguliere lestijd, kan zelfs leiden tot een verbetering van de leerprestaties.

Belangrijk is verder dat het niet alleen maar gaat om simpelweg bewegen. Langjarig onderzoek van het Centrum voor Bewegingswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum in Groningen wijst er op dat hoe beter de bewegingsvaardigheden zijn, hoe beter de schoolvaardigheden. Kortweg is «complex bewegen» volgens de onderzoekers belangrijker dan bewegen op zich. Zij stellen daarbij dat kinderen doelgericht laten bewegen «de sleutel tot succes» is (Visscher et al., 2011)."

Lekker gespeeld? Blijf buiten nu het kan. 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen